Na de workshop: wat u thuis nodig heeft om door te schilderen

Timo van Loon

Schilderij van een kunstenaar die in zijn atelier aan een schildersezel werkt, met tekeningen op de vloer.

Je leest dit artikel in 3 minuten

Schilder aan een ezel in zijn atelier
Michiel van Musscher · publiek domein · Wikimedia Commons

Een workshop schilderen levert bijna altijd hetzelfde op: een geslaagde middag, een doek dat mee naar huis gaat, en het voornemen om ermee door te gaan. Dat voornemen sneuvelt meestal in de weken erna, en zelden omdat het talent ontbreekt. Het ontbreekt aan een plek en aan het juiste spul.

Waarom het thuis stilvalt

In een atelier staat alles klaar. De ezel is opgesteld, het licht is goed, er ligt papier op de grond en niemand kijkt raar op van verf op tafel. Thuis moet dat allemaal eerst worden opgebouwd en daarna weer opgeruimd, en dat is precies genoeg drempel om het niet te doen.

De oplossing is niet meer discipline maar minder opbouwtijd. Wie een hoek heeft waar de ezel kan blijven staan — al is het een halve vierkante meter bij een raam — schildert aantoonbaar vaker dan wie alles telkens uit een kast moet halen.

De ezel is een keuze, geen aankoop

Er zijn ruwweg drie soorten. Een tafelezel is klein en goedkoop en werkt prima tot ongeveer vijftig centimeter doekhoogte; daarboven wordt hij instabiel. Een driepoot is licht en vouwt weg, prettig als u buiten wilt werken maar minder stabiel bij een stevige penseelstreek. Een A-ezel of kolomezel staat als een huis, kan grote formaten aan en neemt permanent ruimte in.

Welke bij u past hangt af van het formaat waarop u wilt werken en van de vraag of hij mag blijven staan. Die afweging staat helder uitgewerkt in het stuk over welke ezel bij u past, inclusief de hoogte waarop het doek moet komen te hangen — dat laatste wordt bijna altijd vergeten en is de reden dat mensen na een uur rugpijn hebben.

Verf: begin bij één soort

Acryl droogt binnen minuten, is met water te verdunnen en laat zich overschilderen zodra hij droog is. Dat maakt hem geschikt om mee te beginnen, maar het maakt mengen op het doek ook lastig: wat u wilde verzachten, is al hard.

Olieverf blijft dagenlang open, waardoor u kunt blijven werken en overgangen zacht kunt houden. Daar staat tegenover dat u met terpentine of een reukarm alternatief werkt en dat er een volgorde in acht moet worden genomen — vet over mager, oftewel elke volgende laag iets meer olie dan de vorige. Gebeurt dat niet, dan trekt de bovenlaag scheuren.

Gouache zit ertussenin: dekkend als plakkaatverf, met water te gebruiken, en prettig voor kleiner werk op papier. Kies er één en blijf daar een half jaar bij. Wisselen tussen soorten kost meer dan het oplevert.

Doek, paneel of papier

Een voorgespannen katoenen doek is de standaard en is niets mis mee. Linnen is stugger, heeft een fijnere structuur en gaat langer mee, maar kost een veelvoud. Wie veel wil oefenen, komt verder met paneel of stevig papier: het kost bijna niets, en dat maakt het makkelijker om een mislukt vel weg te leggen — precies wat u in het begin veel moet doen.

Zelf doek spannen is overigens niet moeilijk en scheelt aanzienlijk in de kosten zodra u boven het standaardformaat gaat werken. Het kost een tang, een tacker en een middag.

Licht, en waarom uw kleuren ’s avonds niet kloppen

Bijna iedereen die thuis begint, schildert ’s avonds bij een gewone lamp — en ziet de volgende ochtend dat de kleuren anders zijn dan bedacht. Warme ledlampen kleuren geel, en het oog corrigeert dat terwijl u bezig bent. Een lamp met een hoge kleurweergave-index, rond de 5000 kelvin, lost dat op en kost tegenwoordig weinig.

Penselen: minder, maar betere

De set van twintig penselen die bij een startpakket zit, bevat er ongeveer vier die u werkelijk gebruikt. Het loont om die vier te vervangen door goede exemplaren in plaats van er nog een set naast te leggen: een goed penseel houdt zijn punt, laat de verf gelijkmatig los en gaat bij normaal onderhoud jaren mee.

Dat onderhoud is bovendien simpeler dan het lijkt. Niet in de pot laten staan, want dan buigt het haar om en komt het nooit meer recht. Uitspoelen met lauw water en zeep, met de hand in vorm brengen en plat of met de punt omhoog laten drogen. Wie dat consequent doet, koopt de eerste jaren geen penseel meer bij.

Doorpakken na de workshop

Wie na een workshop verder wil, heeft aan drie dingen genoeg: een plek waar het mag blijven staan, één soort verf, en genoeg goedkoop materiaal om te mogen mislukken. Alles daarna is verfijning.

Praktische uitleg over die spullen — penselen kiezen en jaren goed houden, formaten en verhoudingen, vernissen en bewaren, en buiten werken met licht dat niet wacht — staat verzameld op een site over zelf schilderen en het gereedschap dat erbij hoort. Nuttig om vooraf door te lezen, want de meeste miskopen worden in de eerste maand gedaan.

Geef een reactie